Stoutmoedig afrekenen met koloniaal verleden

water en elektriciteit

water en elektriciteit

Gedurende zijn regeerperiode – van 1973 tot in 1977 – wisten premier Joop den Uyl en zijn minister van Ontwikkelingssamenwerking Jan Pronk Suriname het Koninkrijk der Nederlanden uit te werken. Den Uyl nam het zich persoonlijk kwalijk dat het hem niet was gelukt de Antillen te bewegen om onafhankelijk te worden. Zodoende had Den Uyl een streep onder het Nederlandse kolonialisme willen zetten. Voor hem was het geen optie om de eilanden tot gemeenten en tezamen tot een provincie om te vormen. Het kan verkeren. Waarschijnlijk betreft het nu de enige mogelijkheid om met het koloniale verleden af te rekenen.

door Aart G. Broek, gepubliceerd in Antilliaans Dagblad, 8 mei 2020.

Nederland heeft zich flink ingespannen om van de Antillen af te komen. Er zijn leden in het Nederlandse parlement aan te wijzen die dit nog steeds nastreven. Het merendeel van de volksvertegenwoordigers respecteert echter de huidige koninkrijksrelaties met vier landen, waarvan Aruba, Curaçao en Sint-Maarten alleen op papier gelijkwaardig zijn aan Nederland. 
      De status van ‘autonomie’ van de drie landen en die van ‘openbaar lichaam’ van de BES-eilanden blijken uitgesproken vernederend. In de praktijk van alledag zijn de eilanden als bedelende horigen van Nederland (zie Antilliaans Dagblad, vrijdag 17 april jl.). Hand ophouden en maar afwachten wat Nederland erin werpt. Welk een grootse gebaren uit het moederland: 10.000 kilo Nederlandse hondenbrokken, een knallende groet vanaf het marineschip Zeeland in het voorbijvaren, renteloze miljoenenleningen – het kan niet op! Het enige nog resterende alternatief is de opname van de zes Nederlands-Caraibische eilanden als gemeenten en tezamen als provincie binnen Nederland.

Openbaar Ministerie Curaçao / foto Aart G. Broek

rechtstaat

GESELEN / We passeren alsnog Den Uyl en pleiten ervoor dat de eilanden gemeenten worden en tezamen een provincie vormen. Aan de stelligheid van dit ideaal knagen de nodige aarzelingen. Er zijn in ieder geval een vijftal ongemakken te onderkennen. 
      Met de eerste bedenking opende ik deze beschouwing. Nederland wil de eilanden niet als gemeenten. De huidige staatkundige relaties leveren Nederlandse politici een ‘dossier’ op met enige hoofdpijn, maar ‘autonomie’ dient vooral als zweep om de eilanden te geselen en tot resultaatgerichter werken aan te zetten. Een koekje van eigen deeg: ‘Je wilt autonoom zijn, prima; doe je ding zonder onze moederlandse hulp en zeur niet.’
      Dit legt een zwaar – en dikwijls te zwaar – gewicht aan verantwoordelijkheid op de schouders van de Caraïbische Nederlanders. Als gemeente valt deze gesel voor Nederland weg en dreigen, zo is de overtuiging, de eilanden pas echt een hoofdpijndossier te worden.
      Niet minder van belang zijn de kosten die de gemeentestatus met zich meebrengt voor het moederland. Geen gemeente in Nederland kan worden zoet gehouden met hondenbrokken, een passerend marineschip en fnuikende financiële steun in tijden van corona. Nederland vreest het kostenplaatje. Zes gemeenten hebben recht op flink wat meer steun dan de eilanden nu in het autonome (belasting)bestel.
      Wanneer de eilanden dit willen, zal internationale wetgeving Nederland er echter toe dwingen om de eilanden als volwaardige gemeenten te aanvaarden.

vrije verkiezingen - AVP - Aruba / foto Aart G. Broek

vrije verkiezingen

NAAIEN / De keuze voor de gemeente/provincie-status neemt niet weg, dat ook in de nieuwe status een provincie – en zeker een gemeente – wel degelijk een oor aangenaaid kan worden door de nationale overheid. Zowel de provincie Groningen als Zeeland – en menige gemeente in die provincies – werd recentelijk op het verkeerde been gezet.
      Toezeggingen over compensatie voor de schade die het onttrekken van gas aan de aardbodem in Groningen aanbracht, moeten voor vele gedupeerden nog concreet invulling krijgen. Dat vereist flink wat protest. Op verzoek van de regering werkte in Zeeland de gemeente Vlissingen aan een omvangrijke kazerne om de komst van tweeduizend mariniers en ondersteunend personeel te faciliteren. Hard op weg om dit te realiseren werd het besluit door de regering ingetrokken.
      De verontwaardiging en protesten in Zeeland zijn heftig, zoals die ook op de eilanden richting Den Haag er soms kunnen zijn. Er is echter een groot verschil. De Caraibische (ei)landen brullen ongewapend naar Haagse politici en wapperen met het vaantje ‘de wil elkander bij te staan’ en het krachteloze artikel 36 van het Statuut. In Groningen en Zeeland zijn de bevolking en bestuurders gewapend met uitgebreid gereedschap, nl. vuistdikke wetboeken die strapatsen van de regering ombuigen naar rechtvaardige compensaties, concrete ondersteuning en tastbare hulpverlening. Dat is een inspanning, het zij gezegd, maar levert flink wat meer op dan de bescherming die het Statuut garandeert.

toeristen op de fiets - Bonaire / foto Aart G. Broek

toeristen op de fiets

ARROGANTIE / Zo’n honderdvijftigduizend Nederlanders met een Caraibische achtergrond verhuisden van de eilanden naar Nederland of werden er geboren. Dat is een derde van de Nederlands-Caraibische bevolking. Die koos al voor de gemeente/provincie-status en weerstaat met vallen en opstaan wat menigeen van de eilanden heftig tegen de borst stuit: de Nederlandse arrogantie. Die werd door de toenmalige rector magnificus van de Universiteit van de Nederlandse Antillen, mr. Alex Reinders, als volgt gekenschetst.
      “Als je maar hard genoeg blaast en zeker met z’n allen, kan zelfs de Noordoost passaat de andere kant op gaan waaien. Zo meent de Nederlander op het eiland. De Curaçaoënaar weet wel beter.” Ook de bewoners van de andere eilanden weten wel beter. Door coronavirus en uitwassen van de neoliberale marktwerking raakt ook de Europese Nederlander langzaam maar zeker overtuigd, dat de maakbaarheid van het samenleven beperkt is.
      Ook al kom je makamba’s in alle soorten en maten tegen, de gemiddelde Europese Nederlander is aanmatigend, zeker tijdens het (kortstondige) bezoek aan het eiland, als politicus, ambtenaar of adviseur. Een van de middelen om die arrogantie te kanaliseren is van problemen – meestal ‘uitdagingen’ genoemd – gemeenschappelijke taken te maken. Vooral ‘autonomie’ maakt van uitdagingen een exclusieve opgave voor de eilandelijke samenleving zélf. Een of andere commissie uit het moederland houdt daar ‘toezicht’ op en spreekt zich vervolgens ‘adviserend’ uit en laat het verder weer aan het eiland over – autonomie, weet je wel!
      Met het opdelen van het Koninkrijk in autonome landen en openbare lichamen zullen er nooit gemeenschappelijke inspanningen kunnen zijn. Het Statuut bedoelde onderscheid te kunnen maken. Dat is gelukt. Aan de cultivering van onderscheid en verschillen wordt al 65 jaar invulling gegeven.

wijkagent Curaçao - foto Aart G. Broek

politiële bescherming

BUITENAARDS / Met de status van gemeente en provincie bestellen we oude wijn in nieuwe zakken. We krijgen de Antillen weer terug en daarmee een opeenstapeling van reeds bekende problemen. De eilanden verschillen te sterk en samenwerking zal dan ook niet lukken. Bovendien dreigt opnieuw de dominantie van Curaçao, waardoor de andere eilanden in de verdrukking raken.
      Bij nadere studie zou kunnen blijken dat er een verklaring in het verleden verborgen ligt. Vooralsnog houd ik het erop, dat het sommige politici, ceo’s van overheidsbedrijven en vrije jongens (m/v) op de eilanden verrekte goed uitkomt om verschillen uit te vergroten. Alsof er buitenaardse wezens van uiteenlopende planeten op de eilanden wonen, die op generlei wijzen elkaar zouden kunnen verstaan. En voor wat die moederlandse wezens betreft … Keda ketu! Breek me de bek niet open!
      De huidige structuur en de constructies die eraan voorafgingen onderstrepen enerzijds de verschillen tussen moederland en de eilandelijke koloniën en anderzijds – vanaf 1954 in toenemende mate – de verschillen tussen de eilanden onderling. Nee, met de status van gemeente/provincie gaan we niet terug naar af. De eilanden hebben nooit een dergelijke status gekend, waarin zij een integraal en opbouwende onderdeel vormen van een samenhangend groter geheel.

Tip Marugg - De hemel is van korte duur

de Nederlandse taal

EIGENWAARDE / De arts, jurist, literair auteur en gouverneur Cola Debrot voorspelde bij de doorstart van de Stichting voor Culturele Samenwerking (Sticusa), in 1955, dat de ‘samenwerking’ tussen Nederland en de eilanden vooral een kwestie zou zijn van eenrichtingsverkeer. Uit het moederland heeft inderdaad een onvoorstelbare instroom aan uiteenlopende invloeden plaatsgevonden. Hiertoe behoren ontzilt water uit de kraan, het openbaar ministerie, politie en toeristen op de fiets, verkiezingen, de Nederlandse taal, stroom uit het stopcontact, vrije pers en de Koning.
      Nederland is volop aanwezig op de eilanden en bemoeit zich er flink tegenaan. Dit heeft het vertrouwen in eigen kunnen, de op- en uitbouw van eigenwaarde mogelijk geen goed gedaan. De omvangrijke afhankelijkheid van het moederland, de gunstrelatie in koninkrijksrelaties, de arrogantie van passanten ondermijnen dit zelfvertrouwen of, erger, (ver)hinderen de opbouw ervan. Cola Debrot doelde op cultuuruitingen in schrijven, beeldende kunst, muziek en dergelijke. We zijn ruim een halve eeuw verder. Er is een indrukwekkende deelname van Caraibische-Nederlanders ontstaan in onder meer kunstuitingen, wetenschap en sport binnen en buiten het Koninkrijk.
      We weten dat niets de eigenwaarde zo voedt als presteren. Danken we deze prestaties aan de autonome status van de eilanden? Of weten eilanders te presteren ondanks de autonomie? Of zouden er meer prestaties loskomen bij de gemeente/provincie-status? Laten we deze vragen en andere op het lijstje plaatsen, dat door een denktank beantwoord moet worden. We willen de voor- en nadelen van de gemeente/provinciestatus op een rijtje. Het is inmiddels wel duidelijk dat het een reële optie is om nader te beschouwen. 

Foto’s © Aart G. Broek / Klasse! – uit de serie ‘Nederlands-Caribische eilanden’

Dit bericht is geplaatst in Nederlands-Caribische eilanden: verleden & heden, Nieuws met de tags , , , , , . Bookmark de permalink.

2 reacties op Stoutmoedig afrekenen met koloniaal verleden

  1. Fred de Haas schreef:

    Een goed idee dat om een goed bestuursmodel vraagt. In de door jou gesuggereerde denktank zouden vertegenwoordigers van de eilanden een plaats moeten krijgen die evenwaardig is aan die van de vertegenwoordigers van Nederland. Niets mag worden opgelegd, afgedwongen of voor lange tijd vastgelegd. De denktank zou permanent kunnen zijn. De Franse Antillen, die echte departementen van Frankrijk zijn, zouden als voorbeeld kunnen dienen. Waarmee niet is gezegd dat dit voorbeeld in alle opzichten navolging verdient.

  2. Pingback: Eilanden als bedelende horigen van Nederland | Klasse! Onderwijs – Opvoeding

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *